Rasbeschrijving voor Mundikat Magazine 2005

De Somali

Wanneer een exposant of een bezoeker van een kattententoonstelling een catalogus openslaat, zal zijn oog op een gegeven moment vallen op de woorden: rasgroep drie, korthaar en het eerste ras dat dan genoemd wordt, is het langhaarras de Somali. Degenen die dan met de catalogus in de hand enthousiast de bijbehorende nummers in de showhal opzoekt, zal bij aankomst zijn ogen wel uitwrijven. Dit zou toch een korthaarras zijn? Zo onlogisch als het lijkt is het echter niet om de Somali in te delen bij de kortharen want een Somali is een langhaar Abessijn. Dus om de Somali als ras te beschrijven, moet ik beginnen met de Abessijn. De Abessijnen zijn niet alleen hun voorouders maar ook hun daadwerkelijke familieleden. Hoewel de Somali een andere rasnaam heeft en als zelfstandig ras al vanaf 1984 door de FIFe is erkend, spreekt men van één ras en mogen beide variëteiten met elkaar gekruist worden. De enige beperking is dat men de frisse genen van het korthaarras wèl mag inkruisen voor de Somali, maar dat de eigenschappen verbonden aan het langhaarras niet teruggaan naar de Abessijn. De langhaarfactor is recessief en een korthaarras moet wèl een korthaarras blijven.

De Abessijn behoort tot de oudste erkende kattenrassen ter wereld. Er is een oude rasstandaard bewaard gebleven die dateert uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Interessant is dat in deze standaard de zilver Abessijn, een variëteit die uitgestorven is geweest, ook wordt vermeld.
De Abessijn heeft als ras altijd een trouwe schare bewonderaars gekend. Echte grote populariteit, waardoor het ras vergeleken met andere rassen in grote hoeveelheden en helaas vaak ook minder selectief gefokt wordt, is het ras bespaard gebleven. De Abessijn is een kat voor de fijnproever. De Abessijn is voor de liefhebbers van dit ras zowel qua uiterlijk als innerlijk de overtreffende trap van de kat. Deze kat is een ‘natuurlijke’ (lees – wilde!) kat om te zien met zijn prachtige getickte vachtpatroon en zijn soepele lenige lichaam. De liefhebbers van deze kat met de langere vacht met bijbehorende pluimstaart zijn Evelyn Mague en enkele anderen bijzonder dankbaar voor hun inzet om deze charmante langharige versie van de Abessijn als ras erkend te krijgen.
De geschiedenis van de Somali begint in 1952 met de geboorte van het nestje van Mrs. Mew, een poes van onbekende afstamming, en een onbekende vader. Zowel de moederpoes als het enige poesje van dit nest zagen er Abessijns uit; het broertje was echter effen zwart. Dit is al het bewijs dat Mrs. Mew geen raszuivere Abessijn kon zijn. Omdat de tweede wereldoorlog een flink gat had geslagen in het Britse bestand van de Abessijn was ander bloed meer dan welkom en konden Abessijns getypeerde dieren in de stamboeken worden opgenomen. Toen Mrs. Mague en anderen in 1976 zich inzetten voor de erkenning van de Somali en de herkomst van het gen voor het langhaar probeerden te achterhalen, waren ze bijzonder in hun nopjes toen ze in 1980 via Patricia Nell Warren in contact kwamen met de toenmalige eigenaresse van Mrs. Mew en van haar het ware verhaal vernamen en dus het laatste puzzelstukje konden plaatsen. Stamboomonderzoek van alle langharige Abessijn in het noorden van Amerika wees uiteindelijk uit dat deze dieren stuk voor stuk afstamden van Roverdale Purr-Kins, het dochtertje van Mrs. Mew dat vanuit Engeland geëxporteerd was naar Amerika.

De herkomst

Uiteindelijk heeft de langharige Abessijn de rasnaam Somali gekregen. Deze naam is gekozen als verwijzing naar het buurland Somalië van het voormalige Abessinië, het land waarvan algemeen wordt aangenomen dat de Abessijn daar vandaan komt. Het is bekend dat de eigenaren van Zula, de allereerste Abessijnse kat, daar een periode gewoond hebben. Helaas is er nooit een soortgelijke kat, dus een kat met ticking, in dat land aangetroffen, ook niet in de omliggende landen en zelfs niet in Egypte. En dat land is voor heel veel liefhebbers van dit ras dé inspiratiebron op het gebied van de naamgeving. Er zijn wat Bastissen, Ramsessen en Nefertiti’s in omloop bij de Abessijn en Somali! Er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat de voorouders van ons ras helemaal niet afkomstig waren uit Afrika. In het oude Egypte bestond de gewoonte om niet alleen overleden farao’s maar ook overleden katten te mummificeren en daar zijn er vele duizenden van gevonden. Helaas is daar nogal slordig mee omgegaan – vermalen tot kunstmest – maar tussen de bewaard gebleven kattenmummies zat er niet één met ticking.
Maar waar kwam deze Zula dan vandaan als ze niet van origine uit Abessinië kwam? Het is niet onmogelijk dat de echtgenoot van de eigenaresse als militair vóór hun verblijf in Abessinië gestationeerd is geweest in – India!
Het artikel Het Mysterie van de getickte kat van Patricia Nell Warren dat gepubliceerd is geweest in het Raskanblad in 1993 verwijst ook naar die mogelijkheid. Daarin wordt het wereldwijde onderzoek door dr. Neil B. Todd en zijn medewerkers genoemd dat in 1977 is gepubliceerd in The Scientific American onder de titel Katten en Handel. Zij hebben het wereldwijd voorkomen van de verschillende vachttypes statistisch vastgelegd. Niet alleen het percentage langhaarkatten, katten met een gemarmerd of gestreept vachtpatroon, maar ook het getickte tabbypatroon van ons ras. Van de locatie waar het percentage van een bepaald type het hoogst is, zou mogen worden aangenomen dat deze dieren zich daar het langst hebben kunnen voortplanten. De hoogste percentages van ons tabbypatroon werden gevonden in Azië en wel de zuidoostkust van India en het eiland Sri Lanka. In de directe cirkel daar weer omheen is het percentage ook vrij hoog en de katten met dit Abessijnse vachtpatroon zijn in bijvoorbeeld Singapore en Bangkok geen onbekende verschijning. Over zee en over land via de oude handelsroutes hebben de getickte katten hun weg gevonden over de wereld. Na de tweede wereldoorlog is niet alleen Mrs. Mew voor het herstel van het ras ingezet, maar ook een kat uit de Filippijnen, Pilo von Manila, waarvan het verhaal gaat dat óf hij óf zijn moeder een circuskat was, heeft zijn bijdrage mogen leveren.

Het uiterlijk

De Abessijn is de kat van het gemiddelde en is dus niet extreem van type zoals bijvoorbeeld de Pers en de Siamees. Hét kenmerk van dit ras is de eerder genoemde getickte vacht. Met uitzondering van de binnenkant van de pootjes en de buik heeft iedere haar meestal meerdere dwarsstreepjes en een punt in de kleur van de ticking. Sommige Somali’s kunnen wel twaalf tot vijftien dwarsstreepjes op iedere haar hebben, al is dit wel vrij zeldzaam.
De langere vacht geeft een heel ander effect in het gezichtje en het silhouet wordt duidelijk anders. De elegante lichaamsbouw komt minder tot zijn recht, maar die prachtige pluimstaart is een aardige compensatie. Samen met de kenmerkende aftekeningen van de tabbykat op het kopje, staat het geheel voor een perfecte miniuitvoering van de natuurkat.
De vacht van de Somali is heel zacht, zijdeachtig en halflang, behalve op de schouders waar hij vrij kort is. Somali’s hebben een volle kraag en broek (achterkant achterpootjes)en een mooie volle pluimstaart. Het prettige van deze halflangharige vacht is dat het geen problematische vacht is op het gebied van onderhoud. Wel af en toe een grove kam er doorheen om losse haren te verwijderen en haarballen te voorkomen, maar meer is bij een kat in een goede conditie meestal niet nodig.

‘The wild look’

Het eerste dat u op zal vallen zodra u een kat van dit ras ziet, is de uitdrukking van het gezichtje. De streep (tabby)tekening boven de ogen, de mooie eyeliner, het ‘Brekkie-neusje’, de zwarte lipjes en soms niet alleen pluimpjes ín de oren, maar er ook óp. Tabbykatten lijken het meest op hun wilde neven en nichten in de natuur en dierentuinen. Van alle gedomesticeerde (huis-) tabbykatten komen vooral de wildkleuren het dichtst bij hun wilde familieleden, omdat zij naast de tabby-aftekening ook nog eens over de bij de gedomesticeerde kat zeldzame warm oranjerossige ondervacht beschikken. Er bestaan in de natuur verschillende tabbypatronen. De tijger is gestreept, de cheeta gevlekt, terwijl de jaguar rozetten heeft. Bij de perfecte Abessijn of Somali met het ticked tabbypatroon zijn er geen strepen of vlekken op het lichaam. De enige strepen zijn de streepaftekeningen in het gezichtje en de prachtige lengtestreep over de staart. Dit ras toont de meeste overeenkomst met ‘the wild look’ van de leeuw, caracal, lynx en poema; het  expressieve kopje met de effen overkomende vachtkleur op het lichaam.

De kleurslagen

De bekendste en meest bekende kleur is de wildkleur. De basiskleur is warm roodbruin en de ticking is zwart. De voetzolen zijn zwart evenals de achterkant van de achterpoten, de zogenaamde laarsjes. De neusspiegel is steenrood met een zwarte omranding. Oogranden en lippen zijn eveneens zwart.
Bij de sorrel is alles wat bij de wildkleur zwart is kaneel/melkchocoladebruinkleurig en de basiskleur is iets lichter. Bij de blauwe Abessijn en Somali is de basiskleur opvallend lichter dan die van de wildkleur en sorrel. De aftekening hoort bij een blauwe staalblauw te zijn.
Bij de fawn is de basiskleur licht crème en de ticking diep warm crème.

Dit ras kent ook zilvervariëteiten. Bij de zilvers heeft het zilvergen de basiskleur verdrongen. Een ‘wildkleur’ met het zilvergen wordt een zilverwitte kat met zwarte aftekening, de zwartzilver dus. De rest blijft hetzelfde, dus het neusspiegeltje is steenrood met een zwarte omranding en de voetzooltjes en laarsjes zijn net zo zwart als die van de wildkleur.
Hetzelfde idee ziet u ook bij de andere zilvers: een zilverwitte basiskleur met kaneel/melkchocoladebruine aftekening (sorrelzilver), staalblauwe aftekening (blauwzilver) en bij een diep warm crème aftekening hebben we de fawnzilver. Roepen de warmgekleurde rasgenoten associaties op met de jungle, deze koele schoonheden voeren onze verbeelding naar de besneeuwde toendra.
Naast deze acht bij de FIFe erkende kleurslagen worden bij de Onafhankelijken de volgende kleurslagen erkend: chocolate, lilac, genetisch rood en crème, ook in combinatie met zilver.
Dit ras lijkt wel speciaal te zijn ontstaan om de liefhebbers van de dieren uit de natuur te plezieren. Lijken de wildkleur en de sorrel Somali’s door hun dikke pluimstaart op een eekhoorn en met een beetje fantasie op een klein vosje, de zilvers hebben zelfs wel wat van een poolvosje.

Het karakter

Een goed gefokte Somali is zeer aanhankelijk, zelfbewust, opgewekt, temperamentvol, weet wat hij of zij wil zonder een dwingeland te zijn én is actief en speels tot op hoge leeftijd. Het meest gewaardeerde raskenmerk is hun vermogen tot interactie met de mens. Als ze in hun jeugd een liefdevolle verzorging hebben gehad en voldoende ervaringen konden opdoen (de eerste zeven weken zijn van groot belang), ontwikkelen zij zich tot uiterst mensgerichte dieren die alle levende wezens zonder aarzelen hun vertrouwen schenken. Vooral de Somali stelt zich hier soms wel heel erg kwetsbaar op. Een beetje vertegenwoordiger van dit ras wil graag overal bij zijn, is intelligent en nieuwsgierig. Het huishouden doen is nooit meer saai!
Hoe er geknuffeld gaat worden en in hoeverre er op schoot wordt gezeten, hangt enerzijds van hun achtergrond af en anderzijds wordt dat door familietrekjes bepaald. Wat de ene eigenaar als opdringerig ervaart, vindt de ander schattig: op de krant gaan zitten als je die net wil gaan lezen, ‘s nachts in je armen willen slapen, je ‘s morgens ‘wakkerneuzen’.
U bent echter gewaarschuwd: Somali’s hebben een verslavend effect op iedereen die het voorrecht heeft met hen samen te leven, met als gevolg dat er nog één bij komt, en nog één en nog één… En ik schrijf dit uit eigen ervaring. Ooit zag ik een zwartwit fotootje van een Somalipoes in een tijdschrift. Zo’n lief gezicht; onweerstaanbaar! Ik was verbaasd dat dit diertje me zo bij bleef want ‘ik had niets met raskatten’. We hadden drie prachtige, lieve huiskatten en daar waren we heel gelukkig mee. Hoe het verder met me is gegaan sinds die gedenkwaardige dag in februari 1981 moge duidelijk zijn, getuige dit artikel. In werkelijkheid waren ze nog liever dan ik had durven dromen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *