Oorsprong

India, Sri Lanka, Zuid-Oost Azië. De kortharige voorouder met de zo kenmerkende getickte vacht heeft zich via de handelsroutes over land en zee over de wereld verspreid. Engelse fokkers hebben deze dieren uiteindelijk – na ze eerder andere rasnamen gegeven te hebben als British Ticks en Bunny Cats – Abessijn gedoopt omdat een Britse legerofficier zo’n kat had meegebracht na zijn stationering in Abessinië, het huidige Ethiopië. Helaas staat nergens beschreven dat deze officier mogelijk eerder in India gestationeerd kan zijn geweest. Wel werd de Abessijn al in 1874 in een boek beschreven. De Abessijn is dan ook een van de oudste raskatten. De Somali is pas veel later ontstaan. Na de tweede wereldoorlog was het bestand raszuivere Abessijnen bijzonder klein en om die reden werden ook dieren die er alleen Abessijns uitzagen toch voor de fok ingezet. Een aantal decennia later leverde dit een verrassing op; wereldwijd werden er kittens met een zwartere en glanzendere vacht in de nestjes geboren. Al snel werd duidelijk dat deze katten Abessijnen met een langere vacht waren. Sommige mensen vonden deze dieren bijzonder charmant en dit leidde uiteindelijk in 1984 tot de erkenning van de Somali door de FIFe.

Zilver Somali kittens vier sorrelzilver en een zwartzilver.