Gezondheid

Deze pagina is nog niet klaar.

In september 2017 werd de Raskattenwijzer in de media behandeld. Een goede zaak. Hoe kritischer pup- en kittenkopers zich opstellen, hoe zorgvuldiger fokkers zullen worden, hoe moeilijker het wordt voor bijv. Marktplaatsfokkers om hun dieren te verkopen en hoe minder dierenleed er zal zijn. Van veel hondenrassen is het overduidelijk dat er van alles mis is maar ook bij de raskat zijn er problemen. Helaas worden in de media alle rassen op één hoop gegooid en wordt door de ongenuanceerde uitspraken van o.a. de Dierenbescherming de verwarring en onzekerheid bij de zoekenden naar een rashond of raskat alleen maar groter.

Het is heel erg jammer dat er in de wijzer over ons ras foutieve informatie staat. Echt natte vingerwerk! Sommige stellingen zijn ook enorm verouderd. Dat veel kwalen al jaren 100% onder zijn, wordt bijv. niet vermeld.  Ook het voorkomen van PRA. Het wordt neergezet alsof er een heel groot risico op blindheid bij ons ras bestaat. Ik fok al vanaf 1983 en slechts één, helaas één teveel, dat wel, diertje uit mijn cattery, het Abessijntje Jirry Dharya, heeft deze ziekte gekregen en door de DNA-testen te gebruiken kan dit 100% uitgebannen worden. Deze testen zijn al langer dan tien jaar volop in gebruik. Ik zal eens tussen mijn oude paperassen (nu hopen dat ik oude testen heb bewaard) zoeken om te kijken per welke data DNA-testen mogelijk werden.

Mogelijk staat er dus ook misleidende informatie over de andere rassen. Daar kan ik niet over oordelen omdat ik daar te weinig over weet.
Om bij ‘mijn’ ras te blijven:
• ieder levend wezen, van mens tot kat heeft genetische onvolkomenheden. Ons ras kent gelukkig maar weinig erfelijke problemen. Wij hebben het zeldzaam grote geluk dat de ergste kwaal, HCM dat hartfalen veroorzaakt, geen probleem is in ons ras. Er zijn wel andere kwalen maar daarvan is de vererving bekend, recessief, én daar bestaan perfecte DNA-testen voor. De oogziekte PRA en de erfelijke bloedarmoede PKDef zijn 100% onder controle. Bij fokkers met een goed fokbeleid kan er bij ons ras geen kitten geboren worden die deze DNA-testbare kwalen op latere leeftijd kan krijgen!
• Een veel voorkomende en uitermate moeilijk te bestrijden kwaal bij de kat is HCM, hartfalen. Wij hebben het grote geluk dat deze kwaal in ons ras nauwelijks gesignaleerd wordt maar door kruisingen met andere kattenrassen kan het er in gefokt worden. Mede daarom is het absoluut af te raden om, alleen omdat je als fokker een andere kleurslag wil fokken, te kruisen met een ander ras. Het risico is te groot dat er met dat kleurtje ook de beruchte hartkwaal meekomt.

Tegenwoordig kan met een combinatietest in één keer het DNA van een a.s. fokdier op alle belangrijke genetische kwalen worden getest. Dit kan ook voor de vererving van de kleurslagen maar ik vind het persoonlijk veel te leuk om verrast te worden met de kleuren van de kittens.
Inzichten veranderen in de loop van de tijd, die van de medische wereld maar ook die van mij. De principes blijven echter hetzelfde – fokkers moeten alles uit de kast trekken om de gezondheid van hun ras en hun dieren te behouden.
In het begin waren de DNA-testen erg duur en omdat het via Amerika liep, duurde het vijf tot zes weken voordat er een uitslag kwam. De hedendaagse combinatie DNA-testen zijn spotgoedkoop (iets van 55 euro) en het is vrij gebruikelijk dat fokkers iedere nieuwe generatie voor de zekerheid nog even test ondanks dat er vaak al generaties eerder is uitgewezen dat de defecte genen niet meer in de lijn aanwezig zijn.

De kwalen:
Pyruvaat Kynase Deficiëntie (PKDef)
Dit is erfelijke bloedarmoede. Voor de bestrijding hiervan is er een betrouwbare DNA-test beschikbaar. Deze is zo effectief dat er nooit meer een kitten geboren hoeft te worden mits de fokkers hun fokdieren ook op deze ziekte laten testen én kittenkopers niet van niet-testenden fokkers kopen. Het is heel triest te moeten zeggen maar er zijn fokkers die hun kopers misleiden met het verhaal dat het in hun lijnen niet voorkomt. Pas met de bewijzen van vrij-getest voorouders mag dit gesteld worden. Gelukkig zijn er heel veel fokkers die hun fokdieren wél testen. De rasverenigingen kunnen u vertellen welke testen er gedaan zijn bij de ouders van de daar aangeboden nestjes maar zij bemiddelen ook voor nestjes van onvolledig geteste ouderdieren, dus let op!
Fokkers die wel testen, leggen u graag uit hoe e.e.a. werkt en geven serieus geïnteresseerden graag de kopieën van de testen mee of sturen die digitaal op. Even inzien werkt niet. Vergelijk het maar met een contract; pas thuis in alle rust kan je zoiets goed tot je door laten dringen.
Het is een ongelooflijk groot geluk dat de erfelijke kwalen bij ons ras recessief zijn. Dit betekent dat een drager altijd een gezond dier is en blijft. Dragers van een recessief erfelijke kwaal kunnen zelf nooit aan deze kwaal gaan lijden.

Het fokken met dragers van een dominante ziekte is echter iets wat te allen tijde moet worden vermeden maar bij recessieve kwalen waar een DNA-test voor is, is dit fokken met dragers juist een aanrader! Zo gaan er geen waardevolle genen van het ras verloren. Er is geen grotere bedreiging van rasdieren dan de inkrimping van de genenpoel wat onherroepelijk lijdt tot een toename van erfelijke kwalen én een verminderde weerstand tegen allerlei infecties, allemaal inteeltverschijnselen.

Het is gebruikelijk dat fokkers de kopers van een kitten waar men mee wil gaan fokken naast de normale zaken als bijv. de stamboom en het vaccinatieboekje de kopieën van de DNA-testrapporten meegeven. Op de website plaatsen is ook een mogelijkheid (al lukte het mij niet om een goed leesbare versie op mijn oude website te plaatsen). Onze dieren bleken al vrij te zijn van PKDef en van onze aangekochte dieren wisten we via de testen van hun ouders al dat zij vrij waren. Omdat menselijke fouten (is ooit een keer gebeurd) bij laboratoriumonderzoeken en DNA-testen nooit helemaal kunnen worden uitgesloten laten we iedere nieuwe generatie gewoon opnieuw testen. Het gaat tenslotte wel om een dodelijke kwaal die nooit meer een kans mag krijgen.

PRA
Deze letters staan voor Progressieve Retina Atrofie, een recessief erfelijke afwijking die bij alle zoogdieren, van muis tot mens, kan voorkomen. Bij deze kwaal wordt een lijder geleidelijk aan blind. Tot augustus 2007 konden alleen de lijders via de oogspiegeltest door een oogspecialist worden opgespoord en pas via hen en onderzoek van de afstamming de dragers. Nu is er een DNA-test en kan er zodanig gefokt worden dat zonder verlies aan genetische variatie, dus ook bijv. drager x vrij, dat er nooit meer een dier van dit ras blind wordt. Helaas zijn er ook bij deze kwaal fokkers die niet willen testen onder het motto dat het zo weinig voorkomt. Deze testen waren eerder inderdaad niet echt goedkoop maar inmiddels kan dit het probleem niet meer zijn (ca. 65 euro voor alle mogelijke DNA-testen voor alle kattenrassen). De oogspiegeltest helemaal afschaffen lijkt aantrekkelijk maar is onverstandig omdat bij de kat (en de hond) ook andere oogafwijkingen voorkomen. Omdat sommige oogkwalen zich erg langzaam ontwikkelen, is een test zelden levenslang geldig. Oogkwalen komen in ons ras erg weinig voor; laten we het zo houden!

De link naar het VHL waar de combitesten besteld kunnen worden en waar een overzicht staat van alle mogelijke testen.

(Nier-)Amyloïdose? Of was het PKDef (Pyruvaat Kynase Deficiëntie)?
In het begin hadden we geen idee hoe het precies zat met de ziekte Amyloïdose die bij de Abessijn en in een enkele Somalifamilie in de jaren tachtig en vooral in de jaren negentig slachtoffers maakte. Toen ik, namens de redactie van de rasclub Raskan, medio de jaren negentig de hulp inriep van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit in Utrecht, vertelde een van de geraadpleegde specialisten dat Amyloïdose bekend stond als een secundaire ziekte; een eiwitneerslag, vergelijkbaar met die ook dementie bij de mens veroorzaakt, die pas ontstaat als gevolg van een andere ziekte zoals een chronische infectie.

Dit verklaart het feit dat in meerdere gevallen de erfelijkheid duidelijk herleidbaar was via andere getroffen familieleden maar soms juist totaal niet. Bij deze losstaande gevallen was soms wel bekend dat het getroffen dier aan een chronische infectie of ontsteking leed…  Gelukkig zijn dit verdriet en de zorgen verleden tijd want we horen al jaren zo goed als niets meer over nieuwe slachtoffers. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de ziekte PKDef, de erfelijke bloedarmoede de amyloïdose veroorzaakte. In de cattery’s waar er op PKDef getest wordt, komt ook geen PKDef én geen amyloïdose meer voor. Dankzij de DNA-test! Wat is dit toch een groot goed!

Een voorbeeld van een DNA-test uit de tijd dat er al op twee kwalen kon worden getest. Heel verwarrend is de andere afkorting voor PKDef, PK. Er bestaat ook een nierziekte bij een ander ras dat PKD heet. Tegenwoordig met de uitslagen voor alle mogelijke testen is het een heel pak papier.

Helaas staat Nieramyloïdose als rastypische kwaal nog steeds bijna overal vermeld bij de rasbeschrijvingen van de Abessijn en de Somali – het wordt blijkbaar gewoon domweg overgeschreven. Ik heb een poging ondernomen om een gezaghebbende op dit gebied te benaderen maar dat liep op niets uit. De liefhebbers van de Abessijn en Somali mogen zich gelukkig prijzen dat de oogkwaal en de bloedziekte recessief vererven en dat er betrouwbare DNA-testen voor bestaan.

Patella Luxatie (de PL-test)

Op deze kwaal kan niet met een DNA-test worden getest. De kwaal wordt veroorzaakt door een constructiefout van het kniegewricht. Patella is de medische term voor de knieschijf. Tijdens het onderzoek beoordeelt de onderzoeker in hoeverre het gewricht stevig in elkaar zit, of de knieschijf niet zijwaarts te verplaatsen, te luxeren is. In hoeverre via een handmatig onderzoek te beoordelen is of de geul waar de schijf verticaal in beweegt diep genoeg is, weet ik niet precies. De mate van spierspanning speelt naar mijn ervaring een te grote rol in de gebruikelijke manier van beoordelen. Een ontspannen kat die de arts kopjes staat te geven of spinnend op z’n zij op de behandeltafel ligt te knuffelen, zal een andere spierspanning hebben als een kat die het doodeng vindt om op vreemd terrein te zijn en ook nog eens door een vreemde in ongebruikelijke houdingen gedwongen wordt. Ik heb de indruk dat dieren met de voor ons juist bijzonder aantrekkelijke karaktertjes slechter uit de test kunnen komen als die dieren die óf minder mensgerichte persoonlijkheden hebben of slecht gesocialiseerd zijn.

Helaas komt het nog steeds voor dat er variatie zit in de beoordelingen van dezelfde dieren. De visies van de artsen kunnen variëren maar ook een herbeoordeling van dezelfde kat door dezelfde arts kan afwijken. Hopelijk wordt het ooit mogelijk om de kniegewrichten van katten op een meer gestandaardiseerde wijze te beoordelen. Er zijn helaas diverse katten bekend die eerder met de beoordeling ‘goed’ uit de test gekomen is en later aan hun knieën geopereerd moesten worden. Dit heeft helaas heel veel consequenties voor hun nakomelingen én het ras. Bij een betrouwbaar onderzoek hadden deze katten geen nakomelingen gekregen en was de ongewenste aanleg niet verder verspreid. Omgekeerd komt het ook voor dat katten voor de fok worden afgekeurd terwijl later blijkt dat er niets aan de hand was. Begin jaren negentig hebben enkele onderzoekers behoorlijk de plank misgeslagen door te jonge katten te beoordelen en het etiket ‘voor de fok afgekeurd’ te geven. Sommige dieren kunnen wat meer tijd nodig hebben tot ze wat steviger in elkaar zitten, een beoordeling tijdens deze slungelleeftijd, bijv. kort na een groeispurt, kan teleurstellend uitpakken en daar hielden deze onderzoekers toen geen rekening mee. Dieren die zich heel geleidelijk aan ontwikkelen kunnen al de gewenste knietjes op jonge leeftijd, ca. 10 maanden, tonen. Helaas is het niet mogelijk om conclusies te verbinden aan het onderzoek tijdens de vaccinatie op de leeftijd van twaalf weken, dus kort voordat de kittens naar de nieuwe eigenaren gaan. Zeker wanneer het ene poesje een mogelijk fokpoesje zou moeten worden en het andere alleen huisdier, dan zou je graag een betrouwbare beoordeling in de keuze willen meenemen.

Een voorbeeld van een PL-test.

Virussen en parasieten

Natuurlijk zorgt de fokker ervoor dat de a.s. fokdieren vrij van gevaarlijke virussen, bacteriën en parasieten zijn. Met vaccinaties kunnen katten- en niesziekte onder controle gehouden worden en met ontwormingsmiddelen (ik gebruik alleen Milbemax en Milpro) de meeste parasieten. Met een bloedtest kan worden aangetoond dat het dier vrij is van kattenleukemie (FELV) en kattenaids (FIV).

Tegenwoordig kan er ook getest worden op de Tritrichomonas parasiet (tf-parasiet). Wij hebben Bashiir, Sher en Elfie er ook op laten testen. Deze parasiet staat erom bekend dat het vooral bij de jongere dieren diarree veroorzaakt. Onze dieren hebben hoogst zelden diarree. Dit is al jaren zo, sinds we ze voornamelijk natuurlijk voedsel geven; rauw vlees volgens het ‘prooidiermodel’.

Deze tf-test is helaas allesbehalve waterdicht. Vals-positief kan in principe niet maar een vals-negatieve uitslag is niet zeldzaam. Dit kan leiden tot misverstanden, gemiste diagnoses en ook nog tot narigheid tussen samenwerkende fokkers. Wanneer bijv. na een logeerpartij van een poes bij een dekkater bij een van beiden bij een volgende test de tf-parasiet wel wordt gevonden, is het niet onmogelijk dat men dit de mensen van de logeerpartij verwijt.
Ik denk dat deze parasiet helemaal geen nieuwkomer is en dat hij net zo oud is als het verschijnsel kat is. Er bestaat een onderzoek waarin werd aangetoond dat het hebben van een lichte worminfectie bij wolven in de natuur juist een gunstig effect op het immuunsysteem bleek te hebben. Dat zou ook wel voor deze parasiet kunnen opgaan en naar mijn mening heeft het coronavirus (uit dit virus kan het FIP-virus zich ontwikkelen) dit ook.
Er zijn veel aanwijzingen dat katten die natuurlijk voer eten, dus veel rauw en gevarieerde vleessoorten/KVV’s een betere weerstand hebben en veel minder kwetsbaar zijn voor infecties met wormen en andere parasieten en zelfs FIP (van FIP=besmettelijke buikvliesontsteking is trouwens wetenschappelijk bewezen dat dit NIET besmettelijk is).

Het zou dus kunnen zijn dat met de tf-parasiet besmette kittens totaal klachtenvrij zijn en blijven.
Laboklin geeft het advies om dieren die positief voor de tf-parasiet getest zijn maar geen klachten hebben, niet te behandelen. De dieren overwinnen de parasiet uit zichzelf. Het bestrijdingsmiddel ervoor is off-label én tijdens de behandeling moet de eigenaar handschoenen dragen. Zo gevaarlijk is dit middel. En dat middel stop je in een diertje van 3 tot 6 kilo…

Vlooien

Voor onze dieren gebruik ik Stronghold, maar alleen wanneer er daadwerkelijk een vlo of een vlooienstrontje is gesignaleerd. Afgelopen herfst (2017) werd er eentje gevonden. Die en de evt. familieleden hebben hun bezoekje aan onze cattery niet kunnen navertellen. Voor alle zekerheid heb ik alle dieren ook het middel van Beaphar gegeven waardoor evt. nieuwe vlooieneitjes niet meer kunnen uitkomen. Na het gebruik van beide middelen hebben we geen vlo meer kunnen vinden.

Het advies van de farmacie en verkopers om dit soort middelen iedere maand te blijven geven, is zeer bedenkelijk. Het werkt mogelijk resistentie in de hand en erger nog, de gifstoffen die in lage doseringen niet schadelijk voor het dier zijn, kunnen door de opstapeling wel worden. Ik adviseer dus om dit soort middelen alleen te gebruiken wanneer er een aanleiding voor is. Wormen heb ik al decennialang niet meer gezien maar die bestrijd ik wel preventief. Niet volgens de gebruiksaanwijzing iedere drie maanden maar soms vaker of minder vaak afhankelijk van de situatie. Opgroeiende kittens moeten vaker ontwormd worden, poezen voordat ze zwanger mogen worden, en ieder dier een aantal dagen voordat de vaccinaties herhaald gaan worden.

Er zijn bij het Kruidvat, Aldi, Lidl en Action nog steeds middelen te koop die, volgens dierenartsen, al bij eenmalig gebruik tot ernstige vergiftigingsverschijnselen en overlijden kunnen leiden. Ook zijn er middelen te koop waar fipronil in zit. Dit is ondanks alle drukte rondom de fipronileieren minder schadelijk. Ik heb daarom de merknamen genoemd van de middelen waar wij al jarenlang hele goede ervaringen mee hebben. Zelfs bij de dierenarts zijn middelen te koop waardoor honden zijn overleden. Onze Polly heeft het ook een keer gehad. Gelukkig maar één keer en zonder problemen. Een link naar een artikeltje over Bravecto.

Onze verrukkelijke Polly. Je moet er toch niet aan denken dat je je dier door iets verwijtbaars kan verliezen.